﻿* 
* Mijn conclusies:
< Paul heeft geen vader meer.
< Paul had een vader, genaamd Jan.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Ouders en kinderen zijn deel van ieder gezin.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Jan was een man.
< Jan was mannelijk.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een vader is waarschijnlijk een persoon.
< Een vader is waarschijnlijk een ouder.
< Een ouder is waarschijnlijk een persoon.
< Jan was waarschijnlijk een persoon.
< Jan was waarschijnlijk geen vrouw.
< Jan was waarschijnlijk een ouder.
< Jan was waarschijnlijk deel van een gezin.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Iedere ouder is een vrouw of een man.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een moeder is waarschijnlijk een persoon.
< Een moeder is waarschijnlijk een ouder.
< 
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een zoon is waarschijnlijk een persoon.
< Een kind is waarschijnlijk een persoon.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Ieder kind is een meisje, een vrouw, een jongen of een man.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een dochter is waarschijnlijk een persoon.
< 
! 
! Deze zin is niet geaccepteerd, omdat het in conflict is met:
< Jan was de vader van Paul.
< 
